Te trots om te falen

TINE HOLVOET

Senior Research Associate bij Vlerick Business School

Angst voor falen zit cultureel ingebakken bij Vlamingen.

Tine Holvoet wordt gewaardeerd voor haar multidisciplinaire aanpak. Voor de periode 2012-2015 adviseerde ze de Vlaamse Overheid over ondernemerschapscultuur (Steunpunt STORE). Met haar bijdrage aan de Global Entrepreneurship Monitor bouwde ze een internationaal netwerk op en leverde ze een jaarlijks assessment van ondernemende attitudes, activiteiten en ambities in België. Sinds 2016 richt ze haar focus op ondernemerschap en intrapreneurship in de financiële sector.

Angst voor falen zit cultureel ingebakken bij Vlamingen. Dat de angst om te mislukken een structureel struikelblok vormt voor ondernemerschap, blijkt uit vijftien jaar ¬GEM (Global Entrepreneurship Monitor). Deze jaarlijkse studie levert een ongezien inzicht in de ondernemerszin bij de bevolking. Bovendien kunnen we met 70 landen vergelijken. De vrij constante scores voor Vlaanderen in de periode 2001-2015 bevestigen dat angst voor falen en een gebrek aan zelfvertrouwen structureel het ondernemerschap in Vlaanderen afremmen. Eén op 2 Vlamingen die opportuniteiten zien om op te starten, laat zich tegenhouden door de angst om te mislukken. In 2015 vertrouwden slechts 3 op 10 Vlamingen op hun eigen kennis en vaardigheden om een zaak op te starten. Het zelfvertrouwen is dermate laag dat we er internationaal mee opvallen, zeker wat vrouwen betreft: 79% van de bevraagde vrouwen gelooft niet in haar eigen kennis, bekwaamheid en ervaring om een zaak te starten. Geen dag te vroeg voor een campagne!

Is de angst voor falen terecht? Welke persoonlijke ervaringen leren de Vlaming dat er geen vergeving is voor mislukking, laat staan voor bankroet? Het wettelijk kader is hier duidelijk minder streng dan het normatieve. Voor welk imagoverlies zorgen de geplande faillissementen in bijvoorbeeld de bouwsector, met vrijwel schadeloosstelling van de aannemer die meteen een nieuwe zaak opstart? Welke impact hebben de voorbereidde exit stories van app-ontwikkelaars die als serial entrepreneur al met een volgende blockbuster klaarstaan, maar hun medewerkers in de werkeloosheid duwen?
Is er een positief aspect aan faalangst? Diegenen die over de streep worden getrokken, doen het over het algemeen goed. We kunnen geen oorzakelijk verband aantonen, maar we kunnen veronderstellen dat onze ondernemers niet over één nacht ijs gaan. Zo zijn onze vrouwelijke ondernemers – de groep waar faalangst dominant is – over het geheel genomen succesvol, hoogopgeleid, gedreven door opportuniteiten (dus niet omdat overige arbeidsopties gering zijn), en zijn zij tevreden over hun work-life balance.

Worden ze daarvoor gewaardeerd? In vergelijking met onze buurlanden kan succesvol ondernemerschap in Vlaanderen op weinig waardering rekenen. Slechts 57% van de Vlamingen geeft aan dat succesvolle ondernemers een hoge status genieten. Naast een problematische zelfperceptie (“ik kan het niet”), zien we ook dat de maatschappelijke beeldvorming de keuze voor ondernemerschap beïnvloedt: “zij doen het niet goed”. Bovendien vindt slechts de helft van de bevraagde Vlamingen dat er in de media voldoende aandacht is voor de succesverhalen van nieuwe bedrijven en ondernemers.
Het gevoel dat succesvolle ondernemers als rolmodel beperkt in the picture staan, ligt in lijn met een analyse van het televisiejournaal in de periode 2003-2014 uitgevoerd door Vlerick Business School. Daaruit blijkt de aandacht voor ondernemerschap summier. Het overwicht van boodschappen wijzen op business creation (de startup) als het enige scenario voor een ondernemende way of life. Er wordt zelden gerapporteerd over overnames, en nog minder over zogenaamd heterodoxe professionele carrières, waar ondernemerschap en werknemerschap flexibel afgewisseld of gecombineerd wordt, laat staan over intrapreneurship of ondernemende werknemers. Het ondernemend proces wordt vaak lineair beschreven, meestal als een one-shot-story van succes of falen en niet als bijvoorbeeld een reeks gelijklopende al dan niet succesvolle alternatieve inzetten.

Wordt de complexiteit bewust vermeden? De ondernemer wordt steevast afgespiegeld tegenover een “problematische” ander: de saaie werknemer of nog erger de werkloze. De sociale en etnische achtergrond van de gerepresenteerde ondernemers is monotoon. Slechts een kleine minderheid van de besproken rolmodellen is een vrouw (20% van de geïnterviewde ondernemers in het journaal, 6,5% in het onderzochte krantennieuws in de periode 2003-2014). Ook wordt zelden het persoonlijk netwerk van ondernemers (succesvolle en onsuccesvolle) in beeld gebracht. Tot slot wordt ondernemerschap consistent gerapporteerd als een politieke doelstelling: meer ondernemerschap is beter, in tegenstelling tot de eerdere bevindingen in bijvoorbeeld de UK waar meer ondernemerschap niet perse als een positieve politieke doelstelling wordt verwoord maar bijvoorbeeld als gevolg van crisis en afnemende kansen op de arbeidsmarkt.

Conclusie? Aandacht voor falen, stopzetten en herstarten is nodig, net zoals het in beeld brengen van alle diverse aspecten van ontwikkelen, testen, samenwerken.