Ontmoet rolmodel: Thomas Joos

”ONDERNEMEN IS ZOALS BERGEN BEKLIMMEN. AF EN TOE GA JE IN HET ROOD, MAAR HOE MEER JE ER BEDWINGT, HOE BETER JE WORDT.“

Tip 1:
Durf te praten over je moeilijkheden zonder schaamte. Ventileer

Tip 2:
Roep tijdig professionele hulp in

Tip 3:
Durf te delegeren

ONDERNEMEN IS ZOALS BERGEN BEKLIMMEN. AF EN TOE GA JE IN HET ROOD, MAAR HOE MEER JE ER BEDWINGT, HOE BETER JE WORDT. ALDUS THOMAS JOOS, EEN ONDERNEMER MET HET HART OP DE TONG, DIE ZIJN EIGEN ZWAKHEDEN DURFT BLOOT TE LEGGEN.

ANGST OM TE FALEN HOUDT VEEL VLAMINGEN TEGEN OM TE ONDERNEMEN. HOE BENT U MET DIE ANGST OMGEGAAN?

“Ik ben altijd verliefd geweest op technologie. Ik heb jarenlang een ontwerpstudio geleid, gespecialiseerd in softwareontwikkeling. De eerste levensfase ging om klanten vinden, een goede organisatie uitbouwen… Dat is allemaal prima gelukt. Toen kwam de groeifase en daar ben ik mezelf tegengekomen. Het werd heel moeilijk om mijn eigen zwaktes te durven en te willen inzien, wat zowel voor mijzelf als voor mijn bedrijf zeer nadelige gevolgen had. Sinds kort heb ik een rustpauze ingelast, om de batterijen op te laden, me een beetje te heroriënteren en vooral richting 2017 alles professioneel op een rijtje te zetten. Volgend jaar start ik iets nieuws. Ik weet nog niet wat, maar dat zien we dan wel.”

“Het was op een bepaald moment gewoon te veel. Of het nu ging om een burn-out of een bore-out, dat weet ik niet. Ik had wel een té hoog verantwoordelijkheidsgevoel en ben véél te perfectionistisch. Ik had een goed zicht op de zaken, maar tegelijkertijd vond ik dat het allemaal mijn to do’s waren. Het bedrijf is echter een team, ik ben daarin slechts een speler. Je moet durven los te laten, durven te delegeren. Dat inzicht heeft een cruciale klik gegeven.”

WANNEER MERKTE UZELF EN UW OMGEVING DAT HET FOUT LIEP EN WAT WAREN DE REACTIES DAAROP?

“Het is niet zo dat de klik er ineens was. Het was eerder een opstapeling van spontane, eerder negatieve reacties. Ik ben een zeer gedreven persoon. Ik hield van het maandagmorgengevoel: ik kon opnieuw aan de slag. En plots was dat weg. Ik had er helemaal geen zin meer in. Ik werd geconfronteerd met iemand die ooit zeer gedreven was, maar nu heel gelaten op alles reageerde. Ik vond dat heel erg. Dat was de spreekwoordelijke druppel.”

“Een van mijn absolute sterktes is die drive om aan de kar te trekken en nu had ik er geen zin meer in. Ik voelde mezelf verder en verder wegzakken in een spiraal van gelatenheid, demotivatie en vermoeidheid. Ook fysieke klachten stapelden zich op. Op een bepaald moment besefte ik: er moet iets veranderen. Als ik verder doe zoals ik nu bezig ben, dan loopt het fout. Het is bijzonder moeilijk om voor de spiegel te gaan staan en naar jezelf te kijken. Maar eens die eerste stap gezet, kun je op zoek naar een beter evenwicht. Voor de buitenwereld was dat niet echt zichtbaar, omdat ik nog altijd aanwezig was. Ik nam nog de beslissingen en ik leidde de mensen. Voor mijn vrienden en familie evolueerde ik van een zeer sociaal aanwezige naar een zeer stille, afwezige compagnon. Op een fuif was ik altijd de persoon die rondliep en met iedereen een praatje maakte. Dat gaf mij enorm veel energie. Maar toen ik diep in de put zat, was ik daar totaal niet meer toe in staat. Op een bepaald moment hebben ze dan voorzichtig geformuleerd: ‘Hé, wat is er met jou aan de hand?’ Dat was een confronterende vaststelling.”

HOE BENT U MET DAT FAALMOMENT OMGEGAAN? HOE HEBT U DAT WETEN OM TE BUIGEN?

“In het begin heb ik veel geïsoleerd nagedacht. Het belangrijkste voor mij – achteraf bekeken – was de beslissing om professionele hulp in te schakelen. Ik heb een aantal psychologische sessies gevolgd met een coach die mij geholpen heeft om, stap voor stap, te begrijpen waaruit ik mijn energie haalde en hoe ik die verloor. Die persoonlijke begeleiding was zeer cruciaal voor mij: ik kreeg opnieuw een duidelijk beeld van mijn sterktes en mijn zwaktes. Ik moest mij opnieuw organiseren om, juist vanuit mijn kracht, aan de slag te gaan. Ik heb ook een aantal zaken spontaan gedaan, zonder daarbij na te denken. Ik ben meer beginnen te lezen. Het boek dat ik iedereen aanraad, is De 7 eigenschappen van effectief leiderschap, waarin heel veel herkenbare mentale denkredeneringen geschetst worden. Daarna heb ik een opleiding gevolgd aan de Antwerp Managementschool rond personal energy management. Ik had mij jaren zo in dienst van the greater good opgesteld, dat ik vergeten was om aan mezelf te denken.”

WAT HEEFT DEZE NEGATIEVE ERVARING JE UITEINDELIJK GELEERD?

“Ik heb alles altijd achter de schermen gehouden. Dat was een last die ik constant meedroeg. Ik vond het belangrijk dat zowel ikzelf als het bedrijf in evenwicht waren. Ik denk dat veel mensen schrik hebben om te praten over hun beperkingen en struggles. De mensen rondom jou kijken immers op naar jou, jij moet zorgen voor hen. Dat is een zware rem om openlijk te praten over problemen. Ik ben ooit bij een dokter geweest om mijn bloedwaarden te laten controleren en die zei: ‘Alles lijkt in orde, maar volgens mij moet je eens vaker op café gaan. Je kropt alles te veel op. Ventileer’. Sindsdien probeer ik inderdaad over mijn leerproces te praten met anderen om hen een duwtje in de rug te geven.”

“Ik vergelijk ondernemerschap vaak met het beklimmen van bergen. Je stapt op de fiets en je start de beklimming van de Mont Ventoux. Je hebt een doel voor ogen. Je gaat in het rood. Eenmaal je boven bent, kun je weer afdalen, even nadenken. Je beklimt ook andere bergen en je zelfvertrouwen groeit. De volgende keer kun je toepassen wat je geleerd hebt: je weet wanneer je best in het rood gaat of net moet uitrusten.”

WAT MOET ER IN ONZE CULTUUR VERANDEREN OPDAT FALEN MEER AANVAARD ZOU WORDEN?

“Falen is niet direct iets om op je cv te zetten. Eigenlijk vind ik het raar dat ik pas op mijn 30ste opleidingen volg rond communicatie, mijn eigen sterktes en zwaktes in kaart brengen,… Ik ben een groot voorstander om mensen op zeer jonge leeftijd al te laten inzien hoe zij in elkaar zitten en hoe ze daar op een goede manier mee aan de slag kunnen, zonder zich te schamen. De grootste rem die ik rondom mij zie, heeft niet zozeer te maken met de schrik om iets te doen, maar meer met de onwetendheid en met een gebrek aan ervaring. Als je de link maakt met het onderwijs, dan denk ik dat er meer begeleiding kan zijn op dat vlak. We studeren hier allemaal af om een goede job te vinden. Ik denk dat er weinig mensen studeren om een goede job te creëren en daar is nog veel ruimte voor verbetering.”