Ontmoet rolmodel: David Kesteloot

Serie - Ondernemer

”OM KAPPER TE WORDEN MOET JE DRIE JAAR NAAR SCHOOL GAAN, ONDERNEMER KUN JE WORDEN MET WAT AVONDLESSEN, DAT KAN EIGENLIJK NIET.”

Tip 1:
Zoek steun bij echte vrienden. Vermijd energiezuigers of roddeltantes

Tip 2:
Spring niet te snel te ver, stabiliteit is ook belangrijk

Tip 3:
Meet voortdurend de polsslag van je bedrijf

TWEE KEER GING HIJ FAILLIET, MAAR DAVID KESTELOOT KRABBELDE WEER RECHT, ONDANKS DE ACHTERKLAP. DE MAN BREEKT GEEN LANS VOOR FALEN, MAAR WIL MENSEN BEWUST MAKEN DAT BUSINESS FAILURES BIJ ONDERNEMEN HOREN. EN DAT OOK ONDERNEMERS RECHT HEBBEN OP EEN HERKANSING.

 DE ANGST OM TE FALEN HOUDT VEEL VLAMINGEN TEGEN OM TE ONDERNEMEN.

HAD U SCHRIK BIJ DE START VAN UW EERSTE ONDERNEMING?

“Bij de opstart van mijn eerste onderneming had ik weinig schrik, ik was toen een stuk jonger en enthousiast om te springen. Later in mijn carrière kreeg ik meer schrik, zeker om je onderneming te doen groeien. Zeven jaar geleden moest ik noodgedwongen de boeken neerleggen van een bedrijfje. Wat er fout liep? We kwamen te vroeg op de markt, we hadden onze financiering totaal verkeerd ingeschat, net als onze omgeving. In het midden van de bankencrisis werden we geconfronteerd met een cashtekort. Zes maanden later ging ook de moedervennootschap failliet.”

“Het was een ontzettend harde leerschool. Je sluit je op, zeker figuurlijk. Je hebt ook geen centen meer om te gaan lunchen met je vrienden, enkel nog tijd om te praten. Stap voor stap is het vertrouwen teruggekomen, door open mijn verhaal te vertellen en eerlijk te zijn. Zakenvrienden zeiden: ‘Je bent niet de enige die dit meemaakt. Wij geloven nog altijd in wat je doet’. Men kan je bedrijf afnemen en je meubels ophalen, maar niet je kennis en je netwerk.”

HOE REAGEERDE DE BUITENWERELD OP UW FAALMOMENT?

“Een falende ondernemer, dat blijft een stigma. Mijn professionele contacten en mijn echte vrienden reageerden gelukkig meestal positief, maar je incasseert ook heel wat negatieve reacties, tot en met achterklap. Met een deel van mijn familie heb ik zelfs geen contact meer. Na een faillissement ontdek je snel wie je echte vrienden zijn.”

“Die negatieve reacties zijn zo cultureel ingeburgerd. Van kindsbeen af krijg je te horen dat je geen of zo weinig mogelijk fouten mag maken, want daar word je dubbel zo hard op afgerekend. We mogen gerust een stukje veramerikaansen, maar we hoeven ook niet roekeloos te worden. Falen mag nooit de standaard worden, maar fouten mogen maken maakt je sterker als ondernemer. Dit gezegd zijnde, is falen geen must om een goede ondernemer te worden.”

BENT U AAN UZELF GAAN TWIJFELEN?

“Na mijn faalmoment had ik vooral schrik voor een herstart. Je voelt extra druk: van medewerkers, banken, overheden. Zelf ben je beter gewapend door wat je meegemaakt hebt. Maar het gevoel van onoverwinnelijkheid is verdwenen. Je twijfelt zelfs of de vorige successen je eigen verdienste waren. In die eerste successen zat ook al de kiem voor mijn falen, want ik wou die successen kopiëren en hield te weinig rekening met de nieuwe omgeving.”

“Bij een faillissement moet je naar de rechtbank van koophandel. ‘Morgen krijg je telefoon van de curator’. De  rest moest ik zelf ontdekken. Er bestaan zeker al organisaties die falende ondernemers helpen, maar er is nog een hele weg te gaan. Het is cruciaal om te beseffen dat je niet de enige bent, en dat naast de façade van succesrijke ondernemers er ook velen zijn die hard afzien.”

“Ondernemen wordt nu ontzettend gepromoot, wat positief is. Maar om pakweg kapper te worden moet je drie jaar naar school gaan, ‘ondernemer’ ben je al na enkele avondlessen. Velen worden ondernemer zonder enige begeleiding of diepgaande kennis van zakendoen. Ondernemen is zoveel meer dan het kopen en verkopen van goederen, je moet voortdurend de polsslag van je bedrijf kunnen meten.”

“Ik wil andere ondernemers helpen die het moeilijk hebben: met ideeën, boekhoudkundige technieken, enzovoort. Soms impliceert dat ook stervensbegeleiding: het heeft geen zin om verder te ploeteren als je bedrijf geen toekomst heeft.”

WELK ADVIES KUNT U AAN STARTENDE ONDERNEMERS MEEGEVEN?

“Ondernemers moeten afstappen van het ‘schoendoosprincipe’, waarbij je alle documenten, binnenkomende facturen en bonnetjes in een schoendoos steekt en op het einde van de maand of het kwartaal aan de boekhouder overhandigt. Zo krijg je absoluut geen zicht op hoe je vennootschap ervoor staat.”

“Informeer je heel goed, wees anders dan anderen, maar spring ook niet te snel te ver. Stabiliteit is ook heel belangrijk. In mijn huidig bedrijf bestaat 70 procent uit business met stabiele inkomsten. De overige 30 procent zijn nieuwe initiatieven in nieuwe markten. Ik vertrouw ook minder op externe partners, zoals investeerders of banken. Externe financiering is noodzakelijk om te groeien, maar je mag er niet te afhankelijk van zijn. Ik had veel te hoog gefinancierd.”